Haaien spelen een cruciale rol in de gezondheid van onze oceanen

Informatie, Nieuws, Onderzoek

De EEA Conferentie in Leeuwarden: een samenvatting

Door Dorien Schröder, Dutch Shark Society

safe_image (1)

 

De conferentie van de European Elasmobranch Society opende dit jaar met een videoboodschap van Sylvia Earle, geregeld door de Dutch Shark Society, waarin zij verklaarde dat de populatues elasmobranchensoorten door menselijk handelen ernstig zijn aangetast, en dat we ons op een omslagpuntbevinden. En dat was de boodschap van deze conferentie: wij kunnen het verschil maken!

Euan Dunn van de Royal Society for the Protection of Birds was de eerste keynote-spreker van de dag, en hij sprak over zijn ervaringen bij het opzetten van Marine Protected Areas (MPAs) voor zeevogels en hoe die ervaringen kunnen helpen bij het opzetten van deze gebieden voor haaien en roggen. Nadat in 1998 de zeevogelproductiviteit was gedaald tot 50%, door opwarming van het zeewater en de visserij naar zandalen, werd de zeevogelproductiviteit als maatstaf voor visserijbeleid werd gebruikt. Euan Dunn benadrukt dat bij het opzetten van MPA’s het betrekken van belanghebbenden essentieel is, alsmede dataverzameling over de soort waarvoor de MPA werd opgezet.
De tweede keynote spreker van de dag was Angelo Villagomez van Pew,  en ook hij sprak over dataverzameling. Het is een deel van wat hij de schaamtecirkel noemt – de Circle of Shame: ‘geen data’ -> ‘geen onderzoek ’ -> ‘geen beheer’ -> tot ‘overbevissing’ leidt. De Pew Charitable Trust werkt aan doorbreken van deze vicieuze cirkel door ondersteuning van de implementatie van wetgeving en haaienbescherming wereldwijd. De boodschap is heel duidelijk: haaien zijn cool, divers, belangrijk , levend meer waard dan dood, ze behoren tot de wilde natuur en zijn in gevaar.

Het was duidelijk dat de eerste dag in het tegen van populatiebeheer stond. Ali Hood introduceerde namens de Shark Trust hun ‘No Limits, No Future’ campagne (http://www.nolimitsnofuture.org/). Deze campagne is gericht op het vergroten van het publiek bewustzijn voor haaienbescherming, speciaal voor de soorten waarvoor geen quota bestaan. De Trust zette zich al eerder in voor het verbod op haaienvinnen en vangstquota, maar ze willen ook op wetenschappelijke gegevens gebaseerde vangstquota vaststellen. Deze quota werden ook besproken door John Richardson van de Shark Trust. Hij werkt aan het opzetten van een gids voor vissers met daarin een regionale focus op soorten en richtlijnen. Deze gids is nuttig voor vishandelaren,de visserij en consumenten.

In het Nederlands Caraïbisch gebied werd de Circle of Shame al doorbroken. Adolphe Debrot van WUR was betrokken bij onderzoek naar de haaienpopulaties rond de ABC-eilanden. In de vijftiger jaren waren er vaak haaien op de riffen te zien, maar een halve eeuw later zijn haaien daar een zeldzame verschijning geworden. Onlangs kon het team mee in een onderzeeër en bleken er gedurende 24 diepzeeduiken in de diepte acht verschillende haaiensoorten te kunnen worden waargenomen! Een daarvan was de zeldzame grijze zeskieuwshaai. Kalli de Meyer van de Dutch Caribbean Nature Alliance beseft dat de haaienpopulaties ernstig waren aangetast. Er was maar weinig informatie over deze populaties en bevissing en er waren ook een negatieve publieke opinie en slechte naleving van de wetgeving. Toch is bescherming in het Koninkrijk belangrijk en werden er al diverse publiciteitsprogramma’s gestart. Er zijn plannen voor het opzetten van een haaienreservaat, het verbieden van haaienvissen en het stimuleren van de lokale bevolking bij het profiteren van ‘haaientoerisme’. Dit moet gaan gebeuren met de hulp van vissers, wetenschappers en de lokale gemeenschap.
De morgen van de tweede dag stond in het teken van Stock Assessment & Management, populatiebepaling en -beheer.

Keynote-spreker Enric Cortés sprak over verschillende modellen voor het schatten van de populatiegrootte die in de VS voor Atlantische haaien worden gebruikt. Hij vertelde dat het gebruikte model voortdurend op de gegevensbeschikbaarheid moet worden afgestemd. Omdat zoveel onderzoeksdata lacunes vertonen en het ‘datagehalte’ sterk kan variëren van geen tot gemiddeld, benadrukte hij dat er speciaal daarvoor ontwikkelde modellen moeten worden ontwikkeld.

Een goed alternatief model voor populatiebepaling is het gebruik van genetica, waarover op deze dag verschillende presentaties werden gegeven. Lilian Lieber nam mucusmonsters van reuzenhaaien en gebruikte de genetische informatie om een hoge connectiviteit aan te tonen in de Noordoost-Atlantische populatie en een grote allelische rijkdom.  Uit de monsters kan een werkelijke populatie van 740 dieren worden berekend en een telling van 7000 reizenhaaien. En Lilian is niet de enige die genetica gebruikt om meer over haaienpopulaties te weten te komen. Aletta Bester gebruikte moleculaire techniek voor het identificeren van overeenkomende soorten, een groot probleem in de grote diversiteit van Zuid-Afrikaanse haaien. Zij toonde ook multi-paterniteit (meerdere vaders van één enkele worp) bij duisterhaaien, zwarttiphaaien en geschulpte hamerhaaien aan. Michelle Frost werkte met Mitochondriaal DNA van vleten (Dipturus batis en dipturus flossada) rond de Britse Eilanden en bewees, dat er vrijwel geen genetische variaties in de populaties van vleten bestaat.

Omdat tags (merkjes) steeds kleiner worden en de geheugencapaciteit steeds groter , zijn ze steeds belangrijker voor het in kaart brengen van het habitatgebruik door haaienpopulaties.  James Thorburn merkte doornhaaien en ontdekte dat dieren zich in een Schots meer (loch) ophielden, ’s winters een thermaal nichegebied met hogere watertemperatuur. De meeste leeftijdsklassen waren aanwezig, hetgeen aangeeft dat dit loch een feitelijk klein beschermingsgebied kan zijn, van groot belang voor het behoud van een landelijke , totale populatie. Rob Bullock gebruikte een accelerometer met een akoestische tag, waarmee kopbewegingen van haaien kunnen worden geregistreerd, iets dat erop duidt dat ze een prooi vasthebben: makkelijker gezegd – een geslaagde jacht hadden. Hij was in staat om door getijden gestuurde jachtgewoonten vast te stellen in gebieden waar veel prooidieren voorkomen.
Citizen science, burgerwetenschap, is een goed middel om met lokale kennis of extra hulp meer data te verzamelen om zo ander, data-gedreven onderzoek af te dwingen. De eerste resultaten van de Great Eggcase Hunt of the Shark Trust (www.eggcase.org) lieten zien, dat de eikapselvondsten corresponderen met het geografische soortenbereik.

Adi Barash interviewde lokale vissers om te laten zien dat er in de afgelopen 20 jaar meer haaien rond krachtcentrales worden waargenomen. Ook Niels Brevé maakte zich sterk voor het betrekken van hengelaars bij elasmobranchonderzoek, en liet het succes zien van een merkprogramma met 20 jaar terugvangst van vleten en lange migraties door ruwe en gevlekte haaien. Erwin Winter gebruikte ook data van door lokale hengelaars gemerkte haaien om vast te stellen dat de Oosterschelde een mogelijk paaigebied is, en een Neeltje Jans een zomers foerageergebied voor gevlekte gladde haaien.
Al deze nieuwe ontwikkelingen zullen hopelijk bijdragen aan het verkleinen van het ‘no data’ deel van de Cycle of Shame.

De laatste dag van de conferentie stond in het teken van Husbandry [houden van] & Elasmobranch Biology. João Correira was hier de keynote-spreker en verschafte inzicht in publieke aquaria en hoe deze in de afgelopen jaren zijn veranderd om hun reputatie te verbeteren. Hij begon met het uitleggen dat hij vroeger die ‘coole gast op de party’, was die bij een aquarium werkte. Maar toen het publieke bewustzijn veranderde, moest ook de manier waarop dieren werden gehouden veranderen, want die was helemaal niet zo cool. Nu delen aquaria veterinaire procedures en data, en werken samen aan kweekprogramma. Veel van de grotere aquaria investeren ook in bescherming en behoud, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal over duurzame vis en het ondersteunen van lokale en internationale onderzoeksprojecten.
Er waren meer presentaties uit de aquariumsector, alle met een verschillende focus. Max Janse van Burgers Zoo verschafte inzicht in de monitoringprogramma’s. Jean-Dénis Hibbit van SEALIFE  gaf ook informatie over het beheren van de genetica van golfroggen in gevangenschap. Er wordt ook gezocht naar nieuwe, zeer beperkt invasieve methoden voor het nemen van DNA-monsters, die voor het isoleren van nucleïen-DNA worden gebruikt. Daarmee kan DNA van zowel de kant van het vader- als moederdier worden geanalyseerd om inteelt te voorkomen.

Aan het eind van deze Sessie presenteerde Georgina Wiersma van de  Dutch Shark Society het werk van deze Stichting gedurende de eerste twee jaar: het zichtbaar maken van haaien en het onderzoek ernaar in binnen- en buitenland.

 

Genetica werden ook breed toegepast in het deel van de conferentie met de nadruk op Elasmobranch Biology. Dominic Swift presenteerde over a-placentale vivipariteit in tijgerhaaien, de enige soort binnen de Carcharhinidae die geen placenta ontwikkeld. Volgens zijn hypothese is dit een evolutionaire ommekeer, waarschijnlijk door positieve selectie of veranderingen in genenexpressie. Na  DNA-analyse ontdekte hij acht genen in de tijgerhaai-verwantschapslijn die door positieve selectie waren gemuteerd. Vier genen waren verantwoordelijk voor het centraal zenuwstelsel en de immuniteit. Haaienpups die zich via een placenta ontwikkelen krijgen grotere hersenen, die meer energie vereisen en de placenta verbindt haaienpups met de moeder, een compromis aan het immuunsysteem. Eén geen was verantwoordelijk voor de seksuele reproductie door lagere mRNA synthese en daarmee het vertragen van de reproductie naar één cyclus per drie jaar, en niet meer één per twee jaar, de ‘standaard’ bij de meeste andere haaien. Een ander gen veroorzaakte structurele veranderingen in de morfogenese van dooierzak in de placenta. Aude Gautier bleek al succesvol bij het isoleren van spermatogoniale stamcellen (SSC) en het geven van een morfologische beschrijving daarvan. Zij heeft moleculaire markers voor de identificatie ervan en is er geslaagd een in vitro SSC model te maken. In de toekomst zal zij met behulp van SSC van bedreigde soorten overgaan tot xenotransplantatie in vergelijkbare soorten om aan hun behoud bij te dragen. Allison Luger legt zich toe op het aantonen van variaties in kaakmorfologie door vergelijking van dieet en fylogenie in 87 haaiensoorten. Zij ontdekten dat beide bijdragen aan de aanpassing. Door het maken van 3D-beelden van kaken met CT-scans kon ze drie morfologische groepen aantonen op basis van kaaksructuren: eters van vissen en koppotigen, eters van harde bodemorganismen en van zachte bodemorganismen.

 

De conferentie eindigde met een dankwoord, en het uitreiken van de prijs voor de beste presentatie aan James Thorburn en voor de beste posterpresentatie aan Lana Allertz.

Samengevat: de European Elasmobranch Association was een groot succes, met interessante sprekers op een schitterende locatie.

Tot volgend jaar in   Portugal!

Comments are closed.

Contactinformatie

U kunt contact met ons opnemen op +31 (0) 6 12195593 Of per e-mail op: georgina@dutchsharksociety.org

Partner organisations

De Dutch Shark Society is er trots op een partner te zijn van verschillende organisaties. Lees meer op Check out our Mission pagina!
Show Buttons
Share On Facebook
Share On Twitter
Share On Pinterest
Contact us
Hide Buttons